Of een quiz een succes wordt, hangt minder af van de techniek dan van de vragen. Een goede vraag is duidelijk, eerlijk en net moeilijk genoeg. Met deze zeven tips schrijf je vragen waar mensen na afloop nog over praten.
1. Eén vraag, één ding
Vraag niet twee dingen tegelijk. "In welk jaar en in welke stad werd de eerste Olympische Spelen van de moderne tijd gehouden?" is lastig te beantwoorden met één tik. Maak er twee vragen van, of kies een van de twee.
Houd de vraag ook kort. Op een groot scherm leest niemand graag drie regels tekst terwijl de tijd loopt.
2. Maak de foute antwoorden geloofwaardig
Bij een meerkeuzevraag zit het venijn in de foute antwoorden. Als er één duidelijk goed antwoord tussen drie onzinantwoorden staat, kiest iedereen het goede. Kies foute antwoorden die in de buurt komen: andere steden in hetzelfde land, jaartallen die net ernaast zitten, namen uit dezelfde tijd.
3. Varieer in moeilijkheid
Begin elke ronde met een makkelijke vraag, zodat iedereen erin komt, en eindig met een lastige. Een goede verhouding is ongeveer een derde makkelijk, een derde gemiddeld en een derde moeilijk. Weet je niet hoe moeilijk een vraag is? Na afloop zie je in het rapport per vraag hoeveel procent het goed had.
4. Kies het vraagtype dat bij de vraag past
Niet elke vraag is een meerkeuzevraag. Een schatting werkt beter als slider, een volgorde als puzzel en een plek als pin op een kaart. Wil je echt weten of iemand het weet, laat het antwoord dan typen in plaats van kiezen. Afwisseling in vraagtypes houdt het tempo erin. Twijfel je? Lees dan welk vraagtype je wanneer kiest.
5. Gebruik beeld en geluid
Een foto, GIF of fragment maakt een vraag meteen levendiger. Denk aan een uitsnede van een bekend schilderij, een logo zonder tekst of de eerste seconden van een nummer. Met stap voor stap onthullen wordt een afbeelding zelfs een spel op zich: wie herkent het als eerste?
Vergeet bij een foto niet de bron te vermelden als die niet van jezelf is, en geef een korte beschrijving voor wie het beeld niet goed kan zien.
6. Check je feiten
Niets is vervelender dan een discussie over een antwoord dat niet klopt. Controleer elke vraag bij een betrouwbare bron, en pas op met "de grootste", "de eerste" en "de enige": dat soort feiten verandert soms, of hangt af van hoe je het telt. Maak de vraag desnoods preciezer: "volgens het CBS" of "in 2025".
Bij Typ antwoord helpt het om een paar varianten op te geven die ook goed zijn, zoals een naam met en zonder voornaam.
7. Speel hem zelf een keer door
Speel de quiz voor de avond een keer helemaal door, het liefst met iemand die de vragen nog niet kent. Je merkt meteen welke vragen te makkelijk zijn, welke onduidelijk zijn en of de tijd per vraag klopt. Twintig seconden is een goed begin voor een meerkeuzevraag; geef meer tijd als er veel te lezen is of als spelers moeten typen.
Bonus: een rode draad
De leukste quizzen hebben een thema per ronde: muziek uit de jaren tachtig, de eigen stad, het team of het vak van deze week. Zet tussen de rondes een dia met de titel, dan weet iedereen wat er komt.
